Hongkong 2016



Dat lijkt niet voor de hand te liggen als vakantiebestemming. Misschien een stedentrip, gecombineerd met weet ik veel wat. Maar Hongkong is meer dan alleen de stad. Het heeft bijvoorbeeld een slordige 200 eilanden en is dus prima geschikt om te eilandhoppen. Maar we slaan de stad zeker niet over - tijdens onze culinair achtergestelde Afrika-reis hebben we onszelf onder andere beloofd dat de eerstvolgende reis wat meer focus op kokkerellige uitspattingen zou hebben - en er zijn weinig bestemmingen zó op eten gericht als Hongkong.

Bij aankomst op de luchthaven duiken we in de metrotrein naar Central Station. Het is mooi weer en we kunnen nog even om ons heen kijken voor de trein een metro wordt. De luchthaven ligt op een eiland (Lantau) buiten de stad en we kijken naar groene hellingen, blauwe zee en nu al overal hoge torenflats. Op zee is het druk met elk denkbaar soort tobbe: van pieremegoggels tot supercontainerschepen, alles dobbert door elkaar heen. Om het een beetje spannend te houden scheuren snelle ferries er met een noodgang tussendoor. Maar al snel zitten we in het donker als we ondergronds gaan. Even later stappen we uit op Central Station (op het hoofdeiland) en we stappen over op de metro naar Wanchai. Alles gaat vlot en soepeltjes en alles staat duidelijk op borden aangegeven zodat we in één keer de goede uitgang pakken - we staan op straat op pakweg honderd meter van ons hotel.

De kamer is nog niet klaar dus we laten de koffers achter en we gaan op pad: even de buurt verkennen. Het is ergens bovenin de twintig graden, het is gezellig druk op straat en het sterreft hier van de Chinezen. Even snel wat eten in een lokale hut: plastic stoeltjes, kleine tafeltjes en TL-buizen aan het plafond: dat moet goed komen. We bestellen iets wat niet meer beweegt met rijst en genieten ons suf! Drieëneenhalf kwartje afrekenen en je staat binnen tien minuten weer buiten. Of hebben we nu Sjinees Roulette gespeeld? Zometeen de ziekte van badkuip? We zien het wel..

We wandelen naar terug naar central en staan onder het beroemdste gebouw van Hongkong: het zwartbeglaasde hoofdkantoor van de Bank of China. De straten worden bewoond door dubbeldekkerbussen, dubbeldekkertrams (erg smal en doodeng - behalve als je trams niet doodeng vindt) en taxi's. Natuurlijk rijden er ook gewone auto's: Rolls Royces, Bentleys en Ferrari's zijn geen uitzondering en hele dikke Mercedessen gewoontjes. Op de stoep krioelt het en is het opletten geblazen: de lokalen, inclusief de expats, lopen hier allemaal volledig geabsorbeerd in de smartphone erg druk niet op te letten en strompelen als zombies over straat zonder enig idee te hebben wat er om zich heen afspeelt. Na een tijdje ontwikkel ik een eigen 'hortsik': als zo'n slaapwandelaar tegen mij aan dreigt te lopen ga ik niet aan de kant maar maak een luid hortsik geluid waarop de zombie wakker schrikt, verdwaasd om zich heen kijkt, mij op zich af ziet lopen en snel weer op zijn eigen weghelft gaat zwalken.

In deze wijk geen nephorloges of goeiekope winkels: alles is sjiek en duur. Wel leuk om iedereen daar druk heen en weer te zien stiefelen maar wij doen niet mee. We scoren nog wel een stokje met een doodgekookte dinges met smurriesaus. Heerlijk! Tussen Hongkong-eiland en het vasteland vaart al sinds jaar en dag de Starferry met stokoude overzetschuitjes. Voor een habbekrats mag je mee op het bovendek en voor een halve habbekrats mag je beneden zitten. Wij landen in Tsim Sha Tsui - spreek dat maar eens snel uit, mij lukt het nog steeds niet - en gaan eens kijken wat hier te beleven is. Om acht uur 's avonds is wordt een laser/licht/muziekshow op de gebouwen aan de overkant geprojecteerd en heb je daar vanaf deze kant een mooi uitzicht op.

Terug in Wanchai lopen we naar een aanbevolen restaurantje voor lokale prak. We kijken naar binnen en net als we concluderen dat het echt helemaal snokvol zit, wordt ik gespot door de propper die mij resoluut naar binnen wuift. Drie schoolmeisjes moeten even inschikken op een tafeltje voor twee en ik kan erbij aanschuiven. Als ik aangeef dat ik niet in mijn allenigie ben is dat geen probleem: gewoon nog meer inschikken. Ik wijs naar het bord van één van de meisjes en zeg dat wij daar ook allebei een bordje van willen hebben: rijst met vleesdinges met of zonder botjes en een stukje groentedinges. Ma schreeuwt het door richting keuken en vijftien seconden later staat het voor mijn neus. Het meeste was nog warm ook. Daniële lijkt vergeten te zijn en als ik de serveerster daarop in het Nederlands - maar mét gebaren - aanspreek heeft Daniële ook binnen vijftien seconden een boord voor haar neus. En lékker dat het was....

We worden de volgende dag wakker en als we onze nek flink verdraaien zien we net dat het best een mooie dag kan worden. Dus pakken we onze kans en bezoeken als eerste Victoria Peak. We pakken natuurlijk niet de taxi naar het tramstationnetje maar nemen de dubbeldekkerbus en laten ons de berg op rijden. Deze rijdt langs Happy Valley - waar tegenwoordig elke week paardenraces gehouden worden. Deze benaming is een Engels eufemisme: het Engelse leger parkeerde rond 1840 hier een kamp maar moesten dit later opdoeken omdat malaria meer slachtoffers eiste dan het soldatengeweld. De (rivier-)vallei was alleen nog maar goed voor een begraafplaats. En volgens Engelse humor noem je dat Happy Valley...
Als we boven komen hebben we de keuze tussen het viewing platform (betaalde entree) en de Peak Galleria (een winkelcentrum, graties entree). Drie keer raaien waar wij van een prachtig uitzicht genoten hebben. We komen nog een alleenreizende dame tegen die in Peking, Australie, Canada en Haarlem woont of gewoond heeft maar ik ben de weg allang kwijt. Daniële keuvelt er lekker op los en we schieten nog een foto'tje voor en van haar met de stad op de achtergrond. Had ik niet moeten doen, elke Sjinees in de wijde omtrek ziet mijn overontwikkelde fotografietalenten en ik ben kennelijk ineens de aangewezen groepsfotograaf. Dit blijft overigens de hele vakantie zo. Overal, van Macau tot Lantau, wordt ik aangeschoten om de hele goegemeente op de plaat te zetten: schoolklassen, families, groepen swingers, geen idee waarom ik dat over mijzelf afroep. Maar ik heb er lol in...

We pakken de Peaktram naar beneden. Mozes, wat gaat dat steil. Meer dan 45 graden helling, dus meer dan 100% en dan maar hopen dat het touwtje houdt. We wandelen weer dwars door Central en via de verhoogde wandelpaden - dan heb je geen last van het autoverkeer - gaan we richting Starferry en verkennen aan de overkant Kowloon.
We gaan al vrij snel op zoek naar een terrasje voor een borrel maar dat blijkt geen sinecure. Sterker nog, hoe verder we de wijk in lopen hoe meer we twijfelen of we een leuk terrasje gaan vinden! Doen die lokalen dan helemaal niets qua neut? Ten einde raad lopen we een Seven-Eleven supermarktje in en kopen daar een blik bier en een flesje lauwe witte wijn. Met handen en voeten regelen we er een koffiebekertje voor de wijn bij. Ze verkopen ook Camembert - of iets wat daar qua kleur op lijkt - in een vacuum zak dus dat wordt borrelen op niveau. We gaan met onze buit in een parkje zitten en zijn de koning te rijk. Behalve dat de wijn warm is en in een kartonnen beker zit en de Camembert ook naar karton smaakt. Toch zitten we hier perfect: overal om je heen gebeurt iets maar niemand valt je lastig. Het verkeer is druk maar geen toeterend gekkenhuis. De temperatuur is heerlijk en in de voorspelling zit ook geen regen. Wij zitten hier prima.
Op de hoek van Temple Street scoor ik nog een stokje met warme smurriemeuk in Suske-van-Sorumsaus en weet dit netjes over mijn gezicht uit te smeren. Op de hoek nog een paar visrestaurants waar je de mooiste levende zeebewoners mag aanwijzen om even later je bord te versieren. Wij verkennen eerst nog even de markt en strijken later neer in een lokale hut en weten ook hier weer wat lekkers te bestellen waarvan we vermoeden dat het geen beschermde diersoort, rauw orgaanvlees of insectenvlees is.

De volgende ochtend gaan we eerst weer even op zoek naar een ontbijthut. Ik pas mij aan aan de lokale eetgewoontes en bestel een bagel met bacon en Eggs Benedict met Hollandaisesaus. Ja, dat is een lokale eetgewoonte, er wonen hier namelijk best veel expats. Daarna pakken we oude dubbeldekkertram naar Central. We stiefelen door de wijk richting Sheun Wan en pakken de langste escalator ter wereld. Geen idee meer hoe lang die was, na een paar minuten was de nieuwigheid eraf en zagen we marktjes en smalle straatjes onder ons die erom vroegen om verkend te worden. Bij de Western Market duiken we een Dimsum toko in en bestellen weer eens wat lekkers. Althans, half wat lekkers want één van de gerechten bestaat kennelijk niet uit deeg maar een transparant soort verpakking die ook nog eens genadeloos aan van alles bleef plakken waardoor het beschaafd verorberen ervan direct volledig van de baan was. En geen idee wat erin zat maar het bewoog in ieder geval niet meer. Voor de borrel zijn we maar naar Soho gegaan. Hier zitten veel westerse kroegen en happy-hour-hutten en is er weinig couleur locale. Maar wel behoorlijke wijn en drukke straatjes dus ook dit overleven we wel weer.

De ochtend is alweer bijna voorbij als we de volgende dag naar buiten komen - we hebben kennelijk toch nog wel een beetje last van jetlag. We vinden een terrasje waar expats genieten van een ontbijtje en het blijkt dat ze hier echt onbeschrijflijk lekkere échte Franse croissants hebben. Zó schaamteloos genieten dat het alweer lunchtijd is als we van tafel gaan.
Voor de vorm maar de oude tram naar Causeway Bay genomen om te shoppen in Sogo, een Japans warenhuis. Op het eerste gezicht niet veel groter dan de Bijenkorf in Amsterdam. Maar dan wel zeventien verdiepingingen hoog. Eenmaal terug buiten zie ik wat bekends en het blijkt de plek te zijn waar ik een paar jaar geleden geweest ben en we zien om de hoek ook het hotel waar ik toen geslapen heb! Grappig, ik herinner de weg ineens en loop feilloos op een stokkiestoko af waar we onze lunch halen. Niet helemaal succesvol want we hebben een sterk vermoeden dat het vlees afkomstig was van een stuk beest wat thuis niet voor menselijke consumptie geschikt bevonden wordt. Om de hoek zit een Keen-dealer (wandelslippers) maar die blijkt geen zomerspullen meer te hebben. Ze vinden het hier echt fris met dertig graden. Rare jongens hier. Ze hebben van hetzelfde merk wel gewone wandelschoenen in maatje zeecontainer en die zitten een partijtje lékker...
We trammen terug richting Starferry en pakken de boot naar Macau. Deze voormalig Portugese kolonie ligt zo'n tachtig kilometer verderop maar de ferry scheurt hier in een uurtje naartoe. Da's best vlot! Eenmaal door de douane pakken we voor de gebruikelijke habbekrats de bus naar het centrum en verkennen de boel daar te voet. Erg raar om daar rond te wandelen; het doet allemaal erg Europees aan: de gebouwen, geschilderde tegeltjes, straatnamen in het Portugees, maar alle toeristen zijn Aziaten - nog veel meer dan in Europa - en bijna niemand spreekt Engels. Of Portugees.
We verkennen het centrum, bekijken de restanten van de vernielde Jezuïetenkerk, pakken een stokkie met lekkers en zien hoe het langzaam donker wordt. Dan zien we ook waar Macau haar geld mee verdient: gokken. Een paar grote casino's ontsieren het centrum en op een naastgelegen eiland staan zoveel casino's dat deze inmiddels Las Vegas verdrongen hebben (qua aantal, formaat en omzet). Maar daar gaan we niet heen. Veel belangrijker is een terras te vinden maar dat is wederom een behoorlijke uitdaging als je de weg niet weet. Gelukkig weten anderen dat wel, die wijzen ons de goede kant op. Als we de boot terug willen pakken blijkt dat vooraf reserveren handig was geweest. De komende twee uur zitten alle ferries vol... Maar we kunnen in de standby-lane gaan staan en wie weet kunnen we eerder mee. We blijken echter niet de enigen met dat idee te zijn zodat we de volgende twee uur van standby-lane naar standby-lane rennen en uiteindelijk toch op onze eigen tijd vertrekken. Maar dit is veel leuker, je raakt nog eens met iemand in gesprek zo.
Eenmaal terug in Hongkong is het inmiddels ruim na middernacht en eigenlijk wil ik nog wel een hapje eten. Je zou verwachten dat in een wereldstad dit overal mogelijk is maar de boel is uitgestorven, overal zijn lege straten. Behalve bij ons hotel in de straat, dit blijkt de wijk te zijn van kroegen, meisjes in veel te korte rokjes en restaurants die tot vroeg in de ochtend open zijn. We hebben weer een bordje lekkers en vallen niet veel later doodop in bed.
Het is de volgende dag eind van de ochtend als we weer op pad gaan. We gaan eerst even in opdracht langs bij de Apple winkel (geen fruitverkoper). Het is behoorlijk druk en lijkt alsof ze de boel gratis weggeven. We gaan weer naar de overkant en gaan shoppen in Mongkok.

Mongkok is een bijzondere wijk. Hier is bijvoorbeeld een telefoonmarkt: een gebouw van een onbekend aantal verdiepingen waar alles qua smartphone te koop is. De nieuwste aaifoon, blekherrie of R2D2 maar ook alles in het nep. Maar ook alle accessoires en hebbedingetjes en klaar-terwijl-u-wacht reparatietoko's. De meeste winkeltjes zijn een paar vierkante meter en elke vierkante centimeter hangt vol met handel - en natuurlijk moet ik overal bukken. Leuk weetje: 70% van alle gsm's in Afrika komen uit dit gebouw. Er zitten dus ook wat handige handelsjongens tussen.
Geloof het of niet, ik koop hier niets.
Een stukje verderop zit het computergebouw. Net zoiets als het telefoongebouw maar dan anders, alles gaat hier over computers. 32" gebogen computerschermen (ten tijde van het ter perse gaan van dit epistel was dat nog helemaal te joepie), draadjes, kastjes met blauwe en groene lampjes, elke zichzelf respecterende nerd of computerpipo kan hier helemaal los gaan. Oja, en dingen met Bluetooth. En alles is beter met Bluetooth, dus...
We wandelen nog wat door de wijk maar kopen niet echt heel veel. Het valt op dat ze hier redelijke schoen-fetisjisten zijn, meer dan de helft van de winkels zijn schoenentoko's en vlak in de buurt zijn veel hotels die kamers per uur verhuren. Reken dat maar zelf uit. 's Avonds eten we in Causeway Bay bij een Chinese Japanner en nemen een borrel in Houston Street - erg Europees en gezellig!

Maar dan hebben we genoeg van de stad gezien. Tijd voor wat anders.
We springen na het ontbijt in de bus naar Aberdeen aan de zuidkant van het eiland. Je realiseert je pas hoe klein Hongkong eiland is als je deze in één keer helemaal doorkruist: binnen een kwartier is het gebeurd.
We gooien weer een paar peseta's in het centenbakkie van de kapitein en hij brengt ons naar Sok Kwu Wan op Lamma Island. Dit is in het weekend een populaire wandel- en eetbestemming voor de stadsbewoners. Er loopt een wandelpad dwars over het eiland en aan beide kanten zijn de dorpjes voorzien van verse-zeevis restaurants. We beginnen dus met een goeie lunch en gaan vervolgens met onze rugzak op pad. Dwars over het hele eiland. Bikkels die wij daar zijn, in de brandende zon, met volle bepakking door de jungle. Nou ja, dat pad is niet al te steil en keurig van beton en onderweg kan je heerlijk verse ananas kopen en na een uurtje zijn we al op onze bestemming: Concerto Inn op Hung Shin Ye Beach. Best druk met dagjesvolk maar tegen de avond loopt het strand leeg en hebben we het rijk alleen. De kamer heeft een prachtig uitzicht maar blijkt ontworpen voor hobbits: het bed is 180 x 120 waardoor ik niet echt heel lekker slaap. De volgende ochtend krijgen we een gratis upgrade naar een kamer met een giganties bed: 160 x 200. De plaatselijke smurfen zullen er wel in verdwalen maar ik vind het wel meevallen. Het is in ieder geval een stuk beter en nog een stukje zachter bed ook - men houdt hier kennelijk van betonnen bedden, hoe harder hoe beter. We doen niet zo heel veel, de tweede dag. We wandelen even naar het dorp een kilometer verderop maar zijn al snel terug. Het is rustig op het strand - het weekend is voorbij - dus we hebben wel trek in een dagje op het strand. Het water is heerlijk, het zeebanket komt nieuwsgierig dichtbij, en we doen vandaag helemaal niets meer.

Na het ontbijt lopen we met de rugzak op richting de haven van Yung Shue Wan. De rugzakken dragen steeds makkelijker. Dit is niet omdat we zo'n ijzersterke conditie aan het opbouwen zijn maar omdat we bijna alleen maar weggooikleding hebben meegenomen. Alles wat gedragen is gaat de vuilnisbak in. We waren al lichtbepakt bij vertrek (de rugzakken wogen op Schiphol 7.6 kilo) maar ondertussen moeten we soms achterom kijken of ze nog op onze rug hangen.
We willen vandaag naar Cheung Chau. Dat ligt een kilometer of tien ten westen van Lamma maar we moeten eerst de ferry terug naar Hongkong nemen. De B&B ligt midden in de stad - nou ja, stad - en ook hier houden ze van stevige bedden. We vragen een stapeltje dekens erbij om als onderlaken te gebruiken want we hebben blauwe plekken op onze heupen.
We verkennen het eiland te voet - dat moet wel want auto's mogen ook hier niet komen. Alleen de ambulance en brandweer mogen met de auto het eiland op maar die auto'tjes zijn zo klein dat volgens mij mijn voeten uitsteken als ik daarin gestrekt mee moet. Lokalen fietsen hier wel veel en dat is best lachen. Eerst lijkt het erop dat hier erg veel kinderen zijn want de fietsen zijn erg klein. Dat zou beste eens iets te maken kunnen hebben met de gemiddelde lengte van de Chinees. Er rijden ook opvallend veel driewielers rond met een bankje of bakkie achterop en een dakje tegen zon en regen. Maar wat helemaal grappig is, is dat men kennelijk weet hoe moeilijk rechtop fietsen is. Veel volwassenen fietsen met steunwieltjes. Zonder een spier te vertrekken.

Het contrast met de grote stad is bijzonder. Hongkong is om de hoek maar je merkt er niets van. Op dit eiland gaat het allemaal wat langzamer. En het was al niet zo snel want als we in Hongkong aan het slenteren waren liepen we de lokalen nog altijd voorbij - en hier gaat het nog langzamer. Cheun Chau staat vooral bekend om het jaarlijkse broodjesfestival. Dit valt toevallig samen met de verjaardag van Boeddha, en het hele eiland is die dag vegetarisch, zelfs de lokale McDonalds. Er zijn allerlei feesten en optochten maar de broodjestoren is de grootste attractie. Aangezien dit ergens in het voorjaar plaatsvindt komt hebben wij hier niets van meegekregen behalve dat de broodjes overal aanwezig waren. En niet bijzonder lekker.
Er is ook een actieve visindustrie met kleine vissersbootjes en een varkenscoöperatie maar daar heb je weinig last van. Aan de boulevard zijn een aantal terras-restaurants waar je prima kunt eten en het lokale flaneren kunt bewonderen.
Hoewel er geen auto's zijn toegestaan is het natuurlijk geen doen om helemaal geen gemotoriseerd verkeer te hebben. Dus hebben ze een soort gemotoriseerde kruiwagen uitgevonden die veelvuldig door de straten rijden. Kennelijk hebben ze hier geen decibelbeperkingen want ze zijn allemaal volledig vrij van onzinnige accessoires zoals knaldempers en elke minuut komt er wel zo'n herriebak voorbij geknetterd wat al redelijk snel op de zenuwen werkt. Dan kan je naar elkaar schreeuwen hoe stil het hier is.
We komen een tempel tegen en stappen even naar binnen. Daniële is al een tijd op zoek naar grote wierookspiralen maar deze lijken nergens te koop aangeboden te worden. We vragen het de tempelbewaakster en deze blijkt ze gewoon te verkopen. Aangezien we niet al teveel verplaatsingen meer hebben besluiten we er een paar te kopen in de hoop dat deze heelhuids in Nederland aankomen. Ze zijn namelijk nogal groot en kwetsbaar.

Het is ook best leuk wandelen op dit eiland. We komen een kudde kinderen tegen en hun Franse leraar vraagt ons een groepsfoto van ze te nemen. We raken even in gesprek en het blijkt een Franstalige school voor expats te zijn. Nog geen middelbare school maar al wel volleerde wereldburgers. Ze zijn allemaal echt vloeiend in minimaal Engels en Frans (zonder enig accent) en vaak spreken ze nog een of twee andere talen.
Op dit eiland loop je geen grote afstanden, maar het is wel gevarieerd en goed bewegwijzerd. Overal staan bordjes met uitleg over lokale niemendalletjes en verdwalen is bijna niet mogelijk. Afwijken van de route is wel goed mogelijk want we worden opeens opgeschrikken door twee grote en snelle slangen. Echte, geen Gardena's. De haren op mijn armen staan recht overeind en onze hartslag breekt records. Twee meter naast ons slingeren ze ineens door het bos en steken tien meter voor ons het pad over. Wij verdenken ze ervan dat ze hun vriendjes aan het halen zijn en besluiten stomtoevallig op dat moment dat we toch maar een andere route door het bos nemen. Later blijkt dat het waarschijnlijk rattenslangen zijn, een niet-giftige wurgslang die, naar het schijnt, ongevaarlijk is voor de mens. Ik kan bij deze bevestigen dat dit niet waar is want volgens mij kan je je wel degelijk doodschrikken als twee van deze reptielen ineens voor je langs slingeren.
We wandelen verder, over heuvels en door dorpjes. Eigenlijk best leuk. Een stuk gaat dwars door een begraafplaats, dwars door een regenwoud. De laatste paar dagen zien we steeds hoe hier kamerplanten in het wild groeien alsof het onkruid is.
We komen aan in de haven van Sai Wan en pakken daar de boot terug naar de stad. De boot blijkt een Sampan en de schipper zet ons eerst af en daarna zet hij ons af in de haven.
We wandelen, net als gisteren, naar een terrasje aan de boulevard waar ze een behoorlijke witte wijn hebben en waar we het dorpse leven kunnen gadeslaan. Ook hier rijden de herriekruiwagens af en aan. Kennelijk wordt er flink geklust ergens verderop in het dorp want de kruiwagens zitten vol met vracht en soms is de laadbak zelfs gevuld met nat beton of cement. Hopen dat er onderweg geen drempels zijn.

Na twee nachten is het tijd voor het volgende eiland: Lantau. Dit is eiland is een stuk groter. De nationale luchthaven ligt in het noorden van dit eiland op een stuk opgespoten grond en er rijdt gewoon gemotoriseerd verkeer. Maar goed ook want met de bus ben je al snel een uur onderweg als je het eiland wilt doorkruisen.
We landen in Mui Wo en gaan naar ons hotel: Silvermine Beach. Prima bedden. Verder behoorlijk aftands. Uiteindelijk laten we het ontbijt hier zelfs schieten en zoeken ons heil elders.
In Mui Wo is wel restaurant Wah Kee, een verborgen juweeltje. Heerlijk happen in een open restaurant aan zee. We eten hier een paar keer en iedere keer is het feest.
Het weer betrekt wel een beetje en als de voorspelling teveel regen heeft besluiten we nog maar een dagje de stad in te gaan - dan heb je minder last van het weer. We besluiten nog wat te gaan shoppen in Mongkok en pakken de boot en metro. Daniële scoort een paar nieuwe patta's van NB en de vrolijke kleurtjes en sportieve zooltjes zorgen ervoor dat ze vrolijk door de stad stuitert.
In plaats van de metro terug naar de haven besluiten we te lopen, toch een stevige tippel, maar dat mag de pret niet drukken. Onze hevig protesterende benen proberen dat wel maar ook dat lukt niet, we stappen vrolijk door. Als we terug in Nederland zijn mogen onze onderstellen weer bijkomen, nu moeten ze even presteren.
De volgende dag is het droog dus we besluiten de Tian Tan Boeddha te bezoeken. Eerst de bus naar Tung Chung, dan de kabelbaan naar boven. Dit is namelijk een grotebergboeddha. Alleen is het nu een mysterieuze boeddha want hij zit in de mist. Of eigenlijk gewoon de wolken. Als we boven komen dreigt het even fris te worden maar het valt gelukkig mee. Daniële slaagt onverwachts wel voor een leuke winddichte nieuwe fleece en hij blijkt dezelfde hippe kleurtjes te zijn als haar nieuwe gympies. We bezoeken de tempel en het klooster - best mooi en druk bewierookt. Een stukje lopen verderop ligt het wisdom path maar we werden er niet wijzer van. Een paar jaar geleden heeft een gelovige artiest een stel boomstammen gegegraveerd met teksten van boeddha en deze decoratief op de heuvel gezet. Indrukwekkend maar niet ons kopje thee.
We pakken de bus naar de andere kant van het eiland, daar ligt het huizen-op-palendorpje Tai-O. Het wemelt van de lokale toeristen maar er is eigenlijk weinig te beleven. Wel kan je er boottochtjes regelen om naar de plaatselijke witte dolfijnen te kijken. Aangezien we al vaker dolfijnen gezien hebben en we ook al vaker de kleur wit gezien hebben leek dit ons niet heel spannend.
We zijn doorgelopen naar het Heritage Hotel. Deze dure hut staat ook toe dat gewone stervelingen daar komen lunchen. Het uitzicht is best mooi en het eten niet. De bediening trouwens ook niet. We brengen onze afgepeigerde voeten terug naar het busstation en een uurtje later zijn we terug in Mui Wo met een welverdiende borrel in de haven.
De laatste dag is het na een trage start prachtig weer. We doen bijna niets, lezen een beetje en genieten van de zon en het prachtige uitzicht over de baai. Nog een keer een borrel bij het kleine café aan de haven, nog één keer een hapje bij Wah Kee en morgen vliegen we weer naar huis.