Hawai'i 2009


Dag 1 – Honolulu / Waikiki, O'ahu

Hoewel het ’s avonds redelijk laat is als we uit het vliegtuig stappen, voel je meteen de warmte. We pakken de bus naar het hotel, en komen erachter dat het Halloween‐avond is. Hoewel dit het ritje naar het hotel behoorlijk vertraagt, is het erg grappig te zien hoe iedereen er redelijk bizar uitgedost bijloopt. De meeste mannen zijn verkleed als vrouwen, de meeste vrouwen als, eh, prosuwee... Aangezien we helemaal geen last van jetlag hebben (jaja...) gooien we ons haar los en struinen we een uurtje door het feestgedruis. Als we in bed liggen is het al na middernacht, maar we zijn beide vroeg wakker. Zo kunnen we vanaf de hotelkamer het leven aan de boulevard op Waikiki‐beach op gang zien komen.

Dag 2 – Waikiki, O’ahu

Eerst een gezond ontbijtje. Hiervoor ga je naar Denny’s, waar Daniële losgaat met toast en jam, en Mischa aan de lijn denkt, en scrambled eggs, sausage, bacon, hash browns, en pancakes bestelt. En natuurlijk slappe Amerikaanse koffie met eindeloze refills... Dit was ook meteen de laatste keer dat we gegeten hebben in een Amerikaanse keten. We hebben de hele vakantie geen Burger King, MacDonald’s of Tony Roma’s gezien, en hebben alleen maar bij lokale tenten gegeten. De keren dat we bij het diner vlees gegeten hebben waren zeldzaam, tonijn, Mahi‐mahi en Zwaardvis waren favoriet, en op zich al reden genoeg om daar te gaan wonen. Na het ontbijt de bus (jaja, openbaar vervoer) gepakt naar Pearl Harbor. Bij het uitstappen moest Daniële weer op temperatuur gebracht worden, want zo’n bus heeft natuurlijk de airco maximaal aanstaan, en we hebben er een uur ingezeten. Verder een paar uur daar rondgebracht, en met de boot naar het monument boven de USS Arizona geweest. Best luguber om te horen dat daar nog een paar honderd man liggen, en dat overlevenden ervoor mogen kiezen om – liefst ná overlijden – alsnog bij hun kameraden begraven te worden. Op de terugweg uitgestapt in Honolulu’s Chinatown. Erg grappig, je bent meteen op een ander continent. Je hoort nauwelijks engels meer, de marktjes zijn tal‐, geur‐, en kleurrijk, en overal is bedrijvigheid. Chinatown was helaas vrij klein, dus we stonden redelijk snel aan de andere kant van de wijk, en pakten van daar weer de bus richting Waikiki.’s Middags een beetje over de boulevard gestruind, op de pier gekeken hoe kinderen voor de kust surfen of speervissen. Gelukkig nog steeds geen last van jetlag (jaja) en we liggen om 20:00 in bed.

Dag 3 – Kona, Hawai’i

Aangekomen op Hawai’i, ook wel bekend als “Big Island” worden we naar de huurauto gebracht. Daniële’s gezicht begon te stralen toen ze zag dat we een witte Ford Mustang cabrio hadden. De kap moest meteen naar beneden, en als een Duitse Staander heeft ze met haar hoofd uit het raam gehangen tot ze door Mischa lijfelijk naar binnen getrokken moest worden. Aangekomen bij de Bed&Breakfast (B&B) hebben we kennisgemaakt met de eigenaresse. De B&B bestond uit een soort Mexicaanse Hacienda met uitzicht op de oceaan, en heel veel kamers die op de Lanai uitkomen. Elke zichzelf respecterend Hawaiiaans huis heeft een Lanai, en is meestal niet meer dan een overdekt stuk terras. In dit geval was het een leuk geïntegreerd deel van het huis, waar we ’s avonds een boekje konden lezen op de luie banken en ’s ochtends met z’n allen ontbeten. In dit geval met de eigenaresse, en haar op bezoek zijnde familie. Na aankomst de koffers uit de auto gehaald, en we zijn op verkenning gegaan. Als eerste gaan snorkelen bij “Two‐step”. Dit bleek zo te heten omdat je vanaf de kant met twee natuurlijke tredes in het water bent, en meteen tussen de mooiste vissen zit. Later zal blijken dat deze locatie qua snorkelen vrijwel niet te overtreffen was. Later zijn we naar een Cultural Heritage site geweest, waar het leven van de originele Hawaiianen in beeld gebracht werd, een beetje zoals ons openluchtmuseum – maar dan kleiner, en met palmbomen. Lunch bestond uit een Spam‐Musubi, een favoriete snack op de eilanden. Het is Spam‐sushi, oftewel een stuk kleefrijst met daarop een plak ham‐uit‐blik, omwikkeld met een stukje nori (japans zeewierpapier). Erg lekker – als je er mee opgegroeid bent...

Dag 4 – Kona, Hawai’i

Vandaag hadden we het idee om naar het Captain Cook‐monument te wandelen. Na het uitgebreide, en erg gezonde ontbijt (papaya, mango, ananas en avocado) vertrokken. De meeste mensen gaan hierheen met een boot of kayak, maar wij gaan lopen. Het begin van het pad was lastig te vinden, maar daarna kan je niet meer mislopen. Het bleek ongeveer een uurtje heuvelafwaarts lopen te zijn. De helling was wel steil, en erg lang, maar het was goed te doen. Halverwege begaf echter Daniële’s schoenzool het, en moest ze verder op haar slippers. Beneden aangekomen hebben we de snorkelspullen weer gepakt, en zijn het water ingesprongen. Het monument had namelijk weinig om het lijf, en het snorkelen was wederom fantasties. Het was wel een beetje druk met kayakers en ander bootvolk, maar die verdwenen na verloop van tijd gelukkig. Vol goede moed aan de terugwandeling begonnen. Dan kom je erachter dat het inderdaad heel steil was, en dat naar boven, nu in de volle zon, zonder dat de helling ooit even afzwakt, het een stevige opgave is om weer terug te lopen. Na een half uurtje nemen we de eerste adempauze, maar daarna elke vijf tot tien minuten. Na bijna twee uur lopen komen we compleet gesloopt weer bij de auto. We kunnen ons nog net erin hijsen, naar de B&B rijden, en als twee zombies brengen we de rest van de middag op de bank op het terras door. Daniële heeft haar slippertjes (EUR10 uit KohsaMui) volledig gesloopt, Mischa heeft grote voetblaren (volgende keer toch maar sokken aantrekken...). Gelukkig is het een echte vent, en heeft het de rest van de vakantie niet nagelaten om te pas en te onpas met de blaren te pronken alsof het oorlogswonden waren.

Dag 5 – Volcano, Hawai’i

Met de auto via het zuidelijkste punt van de VS naar Volcano gereden. Lunch bestond uit bij een stalletje langs de weg gekocht fruit, waarvan we het meeste niet kende. Wel lekker, geen buikloop, dus het zal wel goed geweest zijn. Onderweg hier en daar gestopt omdat er een uitkijkje was, een leuke bakery, of een mooi strand. Aan het eind van de middag aangekomen in het dorpje Volcano, en dat ligt, je raadt het nooit, dicht bij een vulkaan, en Volcano National Parc. We hadden hier een erg grappige B&B, eigenaar Robert woonde in een huis verderop en crosste heen en weer tussen de twee panden op een Segway met terreinbanden. Robert had twee huizen, en liet kennelijk zijn vrouw het echte geld verdienen. Het gehele huis was voor B&B bezoekers, alles was voor iedereen openbaar, Wifi internet beschikbaar, maar ook een losse laptop, een grote TV in de woonkamer en een volle keuken voor de trek tussendoor.

Dag 6 – Volcano, Hawai’i

Ontbijt was hier een feest. Zelfgemaakte ontbijtpancakes met blueberries en noten, en niet zomaar stroop, maar stroop van ananas, mango, en weet ik veel wat nog meer. We zijn Volcano National Parc ingereden, en bij het Visitor Centre stond een Ranger (boswachter) op het punt een stuk te gaan wandelen, of er iemand zin had mee te gaan. Nou, daar hadden we wel oren naar, zo’n kans krijg je (bleek later) maar één keer per week. We zijn met Ranger Dean de krater ingewandeld, en op plaatsen gekomen waar je anders beter niet komt zonder walkie‐talkie, zwavelmeter, en veel kennis van zaken. Hoewel de wandeling op zich niet langer als een klein uurtje hoefde te duren, had Dean zoveel te vertellen, en heeft ons zoveel geleerd over de natuur rondom de vulkaan, dat we een halve dag op pad geweest zijn. Hierna zijn we verder het park ingereden en hebben de Thurston Lave tube bezocht. Dit is een lavabuis waar je doorheen kunt lopen, best wel vreemd om door een tunnel te lopen die gevormd is door gesmolten steen... Aangezien de rondweg om de krater afgesloten was vanwege de actieve vulkaan, zijn we linksafgeslagen naar de kust. Op een gegeven moment kan je niet verder, omdat lava in de jaren negentig over de weg heen is gelopen, da’s best wel gek om te zien. Gelukkig hebben ze een bordje “road closed” neergezet, want stel je voor...

Dag 7 – Volcano, Hawai’i

Vandaag verder het Volcano National Parc verkend. We hebben een wandeling gemaakt tussen de zwavelvelden. Da’s ook een vreemd gezicht, rook die uit gele gaten uit de grond komt. Gelukkig stond de wind goed, en hebben we hier nauwelijks iets van geroken. Zwavel meurt namelijk beswel. Een paar kilometer verderop zijn we gestopt aan de rand van de krater bij weer een ander bezoekerscentrum. Hier had je een fantasties uitzicht op de actieve vulkaan, en kon je een stuk de krater inkijken. ’s Middags zijn we het park uitgegaan, en hadden het idee de Mauna Loa op te rijden. Dit doet vrijwel niemand, en na een paar uur rijden wisten we waarom. Er was geen moer aan, en ruim vóór we de top bereikten, zigzaggend tussen de lavavelden, zijn we omgekeerd. ’s Avonds zijn we naar Kapana gereden, waar wij toeristen de lava in zee kunnen zien stromen, en dit punt tot op ongeveer een halve mijl (800 mtr) kunnen benaderen. Als je daar staat, heb je ook weinig behoefte dichterbij te komen; het geweld dat vrijkomt als de hete lave de koude zee raakt is indrukwekkend. Het was wel een plaatje dat eeuwig op het netvlies zal blijven staan.

Dag 8 ‐ Honoka'a, Hawai’i

Weer een leuke B&B, ondanks dat de andere gasten 2 dames uit Duisterland waren. De eigenaresse was wel redelijk uit haar hum omdat we om 12:00 vor de deur stonden, maar gelukkig konden we in de achtertuin op het dek/terras zitten, een boekje lezen, en in het algemeen braaf wachten terwijl zij de kamer schoonmaakte. Uiteindelijk bleek ze wel uiterst vriendelijk, verzorgde een uitstekend ontbijt met zoals ondertussen gebruikelijk veel fruit, en veel informatie beschikbaar bij de dame zelf. Het huis was erg grappig: veel kleine kamers, helemaal uit hout opgetrokken maar wel met een stalen dak. Ook gebruikelijk was dat alle ruimtes volstonden met allerhande gezelligheid: boeken, cd’s, schilderijen, prullaria, en schaaltjes met lekkere luchtjes.... Navraag bij de B&B eigenaresse leverde op dat het absoluut geen probleem was om met de (tweewielaangedreven) auto naar boven te rijden, naar de Mauna Kea. Ons niet bewust zijnde dat dit voor meerdere interpretaties vatbaar was, zijn we vol goede moed begonnen aan de klim. Halverwege even gestopt bij een Visitor Center, maar daar was bar weinig te beleven. We zijn vrolijk de berg verderop gereden; het feit dat de weg redelijk snel overging in steil klimmende onverharde gravel mocht de pret niet drukken. Daniële had het af en toe een beetje benauwd als de auto een beetje begon te glijden, maar dat benauwde kon ook door gebrek aan zuurstof komen. Na een mijl of wat ging de weg weer over in gewoon asfalt, en de daar aanwezige ranger gaf aan dat het asfalt tot aan de top doorging. Tiepies Amerikaans bergbeklimmen, zeg maar. Aangekomen op de summit (14,000 voet, 4,5 kilometer hoogte) waren we getuige van een frisse maar bijzonder fotogenieke zonsondergang. Hier hebben we welgeteld 3 minuten aan de top van genoten, want we hadden beiden last van hoogteziekte, en Daniële stond op het punt haar lunch te offeren aan Kamapua’a, de god van de berg. Op weg naar beneden nog wel een paar héééle mooie plaatjes geschoten, de kleuren van de zonsondergang waren onwaarschijnlijk mooi. Terug halverwege bij het Visitor Center bleek men een sterrenkundige avond aan het organiseren te zijn, en was men bezig een veertiental telescopen van verschillende formaten te installeren. Tegen zeven uur was het volledig donker, en gaf men tekst en uitleg bij hetgeen je door de telescoop kon zien. Hier vonden we uiteindelijk beiden niet zo veel aan, en waren we veel meer onder de indruk van de sterrenhemel zonder hulpmiddelen. Er was geen wolkje aan de lucht, de sterren waren echt superhelder, en je kon heel duidelijk de melkweg zien. Grappig hoe je daar in Nederland geen voorstelling van kunt maken. Ten eerste zie je minimaal 10 keer zoveel sterren doordat de lucht zo helder is, er geen licht‐ en luchtvervuiling is, en je op 8,000 voet hoogte zit. Ten tweede heb ik in Nederland nog nooit de melkweg gezien. Anyway, bij terugkomst bij de B&B was de eigenaresse hoogst verbaasd over ons avontuur, ze had bedoeld dat we tot het Visitor Center konden komen met de auto. Verder was alleen voor Jeeps en andere 4WD‐voertuigen. Maar ja, Mischa voelde zich daardoor alleen maar stoer, en gaf geen krimp.

Dag 9 – Honoka’a, Hawai’i

Vandaag Waipi’o Valley ingelopen. Op zich niet echt heel bijzonder, gewoon een mooie vallei met onderin een riviertje, tarovelden, een strandje en surfers. Hier en daar wat wilde paarden (ook gewoon op de weg), en wat doorwadingen die met de hoge Timberlands goed te doen zijn. Alleen de weg ernaartoe is weer bijzonder. Hoewel volledig geasfalteerd, is het een weg waar alleen 4WD‐voertuigen op mogen rijden. De helling is namelijk 25%, gedurende 1 mijl. Dus niet alleen naar boven klimmen is een zware opgave, zelfs afdalen is geen sinecure. Gelukkig had Mischa nog blaren, en kon hij zich heerlijk aanstellen. Vervolgens naar Kona gereden, zodat het rondje eiland compleet was. De verandering van het landschap was opvallend: van regenwoud naar kale lava‐woestenijen, met ineens daartussenin een Marriot Resort. Waar we hard voorbijgereden zijn.

Dag 10 – Makawao, Mau’i

Bij aankomst met de volgende Mustang (deze keer een rode) naar Mama’s Fishhouse gereden. Het feit dat er valet‐parking was had ons moeten waarschuwen, maar uiteindelijk was het een fanstastische lunch aan een spierwit strand, goede bediening, en met (voor de verandering) een lekker glas wijn ‐ een lokale rosé‐champagne, en de vis (zeilvis, moi, tonijnsalade) onovertroffen. Supergastvrije B&B dame, ze was een vrij duidelijk geval van achtergebleven hippie. Maar wel vriendelijk, dus dat kon kennelijk geen kwaad. Ook hier weer het gehele huis beschikbaar voor de gasten, honderden boeken door het huis verspreid (nachtkastjes en dergelijke waren bijvoorbeeld niet bruikbaar omdat er 12 boeken op liggen). Bij aankomst gaf ze aan dat als we de zonsondergang op de Haleakala wilden zien (10,000 voet), vandaag een goed idee zou zijn omdat het de komende dagen op de berg niet echt lekker weer zou zijn. We hebben haar maar geloofd, zijn naar boven gereden en hebben wederom een fantastiese zonsondergang gezien, en hadden door de lagere hoogte ook beiden nauwelijks last van zuurstofgebrek.

Dag 11 – Makawao, Mau’i

Vandaag hebben we de Road to Hana gedaan. Dit is een weg van een kilometer of 40 met 500 bochten en 50 bruggen door prachtige regenwoudachtige natuur. Aan het eind van de weg kom je in een uitschieter van Haleakala National Parc, waar je “Seven Pools” kunt bezoeken – een watervallencomplex. De B&B lady zei dat je beter achterom kon rijden, omdat je dan de hele stroom bezoekers bij Seven Pools voor bent. Dit bleek een goede tip, we hadden een idyllische pool voor onszelf waar we heerlijk gezwommen hebben. Vervolgens hebben we de reguliere road to Hana in omgekeerde volgorde gereden. Daniële heeft een medaille verdiend: Mischa ging zo enthousiast de bochten in dat reisziekte een serieuze dreiging had kunnen zijn, en Mischa reed bovendien dermate enthousiast dat voor ons rijdende Amerikanen spontaan aan de kant gingen om ons door te laten.

Dag 12 – Makawao, Mau’i

Ho’okipa Beach op de North Shore is een begrip over de hele wereld. Schijnt. Maar je hebt er wel mooie golven, en kunt er goed naar de surfers kijken. Een paar kilometer verderop ligt Jaws, dit is een gebied waar de golven zo hoog zijn, dat de surfers er met jetski’s opgebracht worden, en daar snelheden van meer dan 100 km/h halen. De golven zelf zijn daar tot 20 mtr hoog. Helaas ligt dit gebied op een van het vasteland onzichtbare locatie, dus daar hebben we geen foto’s van. ’s Middags hebben we een bezoek gebracht aan Harley‐Davidson. Mischa had een boodschappenlijst die waarschijnlijk tot problemen bij het inchecken voor de terugreis had gezorgd, ware het niet dat ze bijna niets hadden. Er was keuze uit 3 leren jassen (waarvan geeneen paste), alleen maar t‐shirts met Maui‐reclame, en alle motoronderdelen moesten besteld worden en hadden een paar weken levertijd. Zwaar teleurgesteld ging het kind de winkel uit, waarbij Daniële hem langdurig moest troosten. Vervolgens langsgeweest bij het suiker‐museum. Fas‐ci‐ne‐rend. Onszelf getroost met een lokale lunch in Wailea, bij Da Kitchen Xpres. Dat was een grappige combinatie van lekker Hawaiiaans eten in een Amerikaanse fastfood omgeving.

Dag 13 – Makawao, Mau’i

Vandaag hebben we nog een poging gedaan om te wandelen op de Haleakala. De afgelopen dagen hebben we iedere dag naar boven gekeken, en zagen elke ochtend dat de berg zich in wolken schuilhield, terwijl het aan de kust straalde in de zon. Boven aangekomen bleek het inderdaad dikke soep, en moesten we een paar honderd meter lager proberen een leuke wandeling te vinden. Dit lukte, en na een paar kilometer lopen hadden we een erg mooi uitzicht op de oude kraters van Haleakala. Hier zagen we ook dat het wolkendek boven de top begon uit te komen, dus besloten we nog een poging te wagen om de trail aan de top te proberen, dit is een wandeling met heel bijzondere uitzichten door de kratervelden. Aan de top aangekomen bleek het echter weer midden in de soep te zijn, en was er geen hand voor ogen te zien. Behalve een resort‐muts met haar vriendje; ze liep in bikini met strandhanddoeken om schouders en middel. Het was klaarblijkelijk voor haar niet voor de hand liggend dat op 10,000 voet de temperatuur lager is dan aan de kust. Gelukkig stapten ze net in de Jeep (zonder hard‐of softtop) om weer naar het strand te gaan.... Ondertussen hadden we het lumineuze idee dat het net onder de top ook best wel eens mooie doorkijkjes zou kunnen opleveren. Dus we zijn in de mist aan de wandeling begonnen, en werden inderdaad naar een kwariertje lopen getracteerd op spontaan eventjes uit elkaar drijvende wolken, waardoor je de mooiste (en ook bijzonder mysterieuze) doorkijkjes de kratervallei in. Uiteindelijk toch een geslaagde wandeldag.

Dag 14 – Lahaina, Mau’i

We zouden vandaag in de omgeving van Wailea rondbrengen, maar de B&B had nog niet gereageerd. Omdat we ondertussen de omgeving al gezien hadden, hebben we de B&B in Lahaina gebeld of we een dagje eerder konden komen. Dit was gelukkig geen probleem. Eerst zijn we toch nog even gaan snorkelen bij Waimea, waar Daniële door de schrik vijf jaar van haar leven is verloren. We werden daar ineens geconfronteerd door een vlucht van 4 Duivelroggen, ik kan je verzekeren dat dat op zijn minst een bijzonder indrukwekkende ervaring is. Vervolgens zijn we doorgereden naar Lahaina. Lahaina is de eerste door missionarisen ontwikkelde omgeving. Het was ook erg mooi om de kerkjes vrijwel aan het strand te zien staan. Helaas is ook dit gebied veramerikaansd, en zijn heilige gronden van de Hawaiianen geruimd voor tennisvelden, maar er was toch nog veel geschiedenis zichtbaar. Dit vonden helaas ook een kleine 2,000 bezoekers van MS Zaandam, een middelgroot cruiseschip. Ze waren bijna allemaal herkenbaar aan MS Zaandam booschappentasjes, dus je kon voldoende afstand houden. ’s Avonds zijn we naar een “echte“ Hawaiiaanse Luau geweest. Hoewel erg toeristisch was het leerzaam, en het eten redelijk authentiek, en kregen we een mooie, grote Lei om de nek. Die twee dagen later uit een afgesloten plastic zak als snot tevoorschijn kwam, dus helaas geen lang leven beschoren bleek.

Dag 15 – Kaunakakai, Moloka’i

Vandaag met de boot in anderhalf uur van Lahaina naar Kaunakakai gevaren. Lang leve de primatour, want het ging stevig tekeer, en de nodig passagiers hebben hun ontbijt aan Neptunus geofferd. We hadden nog de hoop de kunnen walvisspotten, maar die waren waarschijnlijk ook zeeziek want we hebben er geen eentje gezien. Het kan er ook iets mee te maken hebben dat de boot erg hard voer, en de zee wild was, maar wie zal het nu zeggen... ’s Middags gereden naar de westkust. Ongerept en onbewoond, kilometers strand zonder iemand tegen te komen, groen/blauwe zee, witte stranden en palmbomen, we hebben weer een middag van ons leven verspild met helemaal niets doen. Heerlijk!

Dag 16 – Kaunakakai, Moloka’i

Het noorden van het eiland bezocht, hier was vroeger een lepra‐kolonie. Pater (sinds vorige maand Sint) Damiaan, een Vlameuze Altarist, heeft hier zijn onsterfelijkheid veiliggesteld. De wandeling hierheen zou een haarspeldbocht afdaling langs een vrijwel verticale wand van 1,000 voet over privé‐terrein inhouden. Dat laatste heeft ons alleen tegengehouden, want we zouden nooit over iemand anders’eigendom struinen. Derhalve maar naar Halawa gereden aan de oostkust. Het was gewoon een erg mooie rit.

Dag 17 – Lahaina, Mau’i

Vandaag de boot weer terug naar Mau’i. We hadden onze koffers bij de B&B in Lahaina laten staan en naar Moloka’i alleen een kleine rugzak meegenomen. Zo hoefden we geen overbagage voor de boot te betalen, en hoefden we 3 dagen niet met de koffers te zeulen. Bij terugkomst in Lahaina bleken de koffers onaangetast en niet gejat, dus de vakantie kon gewoon verder. Bij de B&B nog oppassen voor vallende kinderen: de eigenaresse had kinderen, deze hadden weer vriendjes. De tuin werd in zijn geheel opgeslokt door het zwembad, waar de kinderen graag sprongen. Vanaf het dak van het huis (6 mtr)! Erg grappig, als je er niet op bedacht bent. De oudste zoon (27) was bovendien in het bezit van het op alle Hawaiiaanse eilanden als bijzonder stoer aangemerkte voertuig: een pickup die 1 mtr (!!!) verhoogd is. Wat dit aan terreinvaardigheid toevoegt is mij niet duidelijk, maar puberende Haole’s en kolonialen vinden dit net zo stoer als Tukkers een Opel Manta 400.

Dag 18 – Kapa’a, Kaua’i

Vandaag 16 minuten gevlogen... Soms zijn de afstanden niet te overzien. Kaua’i is het oudste eiland, en zal de komende miljoen jaar in zee zinken, maar wij waren gelukkig nog net op tijd. Het is een beetje een vreemd eiland, want zowel de natste plek op aarde (1150 cm regen per jaar) als de droogste (geen regen) liggen op dat eiland. Wederom van een Mustang voorzien genieten we van de omgeving. Het cabrio‐rijden heeft toch een aantal voordelen: je ruikt de bossen en bloemen uit de omgeving, en bent de hele dag buiten, waardoor je ook lekker bruint – en dus aan het strand minder verbrandt. De B&B ligt verscholen: de oprit verstopt en steil aflopend, waardoor deze vrijwel onzichtbaar is. Vervolgens rijden we een halve kilometer door het bos over onverharde modderpaadjes, en komen ineens een paar huizen tegen. Eén daarvan brengt ons naar een giganties pand, met zwembad en gastvrije dame. Alles is openbaar, strandhanddoeken, muggenspray, koffie, macademianoten, thee, koekjes, en ga zo maar verder. Het tapijt is zó hoogpolig dat Daniële drie keer verdwaald is, het bed is een monstrositeit in hoogte en aantal kussens. ’s Middags naar Ha’ena gereden om te snorkelen. Maar tegen de tijd dat we daar waren was het al bijna donker, en stond er zoveel stroming dat we het geen goed idee vonden het water in te gaan. Wel van een mooie zonsondergang op het strand genoten.

Dag 19 – Kapa’a, Kaua’i

Vandaag stond Turtle Beach op het programma, maar vanwege de hoge golven zijn we maar doorgereden naar Waimea Canyon. Dit moet doorgaan voor de Grand Canyon van Hawai’i. Het was in ieder geval indrukwekkend met veel kleuren in de rotsen, mooie watervallen en uitzichten en doorkijkjes. De helicopters vlogen af en aan , maar ook hier was ons een rondvlucht niet gegund. De enige helicopter die bereid was ons mee te nemen zonder minimaal 5 dagen van te voren te boeken (hetgeen wij, gezien de kans op bewolking, pertinent weigerden) was er eentje van Magnum P.I. formaat – erg klein dus. Bovendien vloog deze zonder deuren, dus vond iemand in ons gezelschap dat niet zo’n goed idee.

Dag 20 – Kapa’a, Kaua’i

De golven waren vandaag bij Turtle Beach een stuk lager, dus hebben we een dagje tussen de lokalen aan het strand gelegen. Meteen bij aankomst vielen we met de neus in de boter, een deel van het strand was afgezet voor een Hawaiian Monk Seal (stevige zeerob). Een kwartiertje later lag daar een Zeeschildpad van zeker anderhalve meter naast, dus het strand maakte in ieder geval haar naam waar. We zijn een meter of twintig verderop gaan snorkelen, ook dit was weer een feest. Bij thuiskomst is het kijken van Finding Nemo verplichte kost...

Dag 21 – Kapa’a. Kaua’i

Ha’ena beach was gesloten voor zwemmers vanwege de te sterke stroming. Uiteindelijk zijn we neergestreken aan het zwembad van de B&B voor de laatste middag in de zon. Aan het eind van de middag stevig gelunched aan een baai bij Lihue, en vervolgens begonnen aan de thuisreis.